Universiteit Leiden
  home        
 
 
 
   

'We want more!', zo moeten de oude Perzen gedacht hebben

Het Perzische Boek der Koningen is duizend jaar oud, maar nog altijd springlevend in de Iraanse wereld. Het werd rond 1010 geschreven door één auteur, Ferdowsi, maar sindsdien zijn er door anderen vele verhalen aan toegevoegd. Tot dusver draaide het onderzoek rond dit boek uitsluitend om de oorspronkelijke tekst van Ferdowsi. Vidi-winnares Gabrielle van den Berg (Talen en culturen van het Midden-Oosten) vindt de toegevoegde verhalen minstens zo interessant.

Literair monument
Het Perzische Boek der Koningen oftewel het 'Shahnama', zoals het officieel genoemd wordt, is een monument in de Perzische literatuur- en cultuurgeschiedenis. 'En een geweldig boek', aldus Gabrielle van den Berg. 'Het heeft een fundamentele rol gespeeld in het identiteitsbesef van de Perzisch-sprekende bevolking van het huidige Iran, Afghanistan en Centraal-Azië.' Dit nationale epos van Iran en andere Perzische gebieden bevat de geschiedenis van Perzië vanaf de schepping tot de komst van de Islam in de zevende eeuw. Het begint met een mythologisch deel, dan volgen een legendarisch en een semi-historisch deel. Het is geschreven rond 1010, toen het Perzisch opnieuw betekenis kreeg als literaire taal, een paar eeuwen na de verovering van de Arabieren op het preïslamitische Perzische rijk. De auteur heette Ferdowsi. Sinds deze Ferdowsi het verhaal op papier zette, zijn er talloze verhalen aan het Shahnama toegevoegd. Het zijn deze toegevoegde verhalen die Van den Berg intrigeren.

 Held Rostam in gevecht met Witte Demon
Held Rostam in gevecht met Witte Demon

Perzische kunst in Leids handschrift
Van den Berg kwam op het idee voor dit onderzoek toen ze als onderzoeker in Cambridge werkte aan het Cambridge-Edinburgh Shahnama Project. Het doel van dat project was een databank aan te leggen van alle miniaturen in de duizenden Shahnama-handschriften, de handgeschreven boeken waarin verhalen uit het Perzische Boek der Koningen staan opgetekend. Sommige handschriften zijn uiterst kostbaar vanwege de schitterende miniaturen, die het hoogtepunt vormen van de Perzische kunst. De handschriften bevinden zich in bibliotheken over de hele wereld: Teheran, Londen, Parijs, Berlijn, Sint-Petersburg, New York. Ook in Universiteitsbibliotheek van Leiden bevindt zich een kostbaar exemplaar. In de jaren tussen 2001 en 2004 heeft Van den Berg talloze van die handschriften onder ogen gehad. Toen begon het haar op te vallen hoe dikwijls er verhalen waren toegevoegd aan de oerversie van het Shahnama zoals die door Ferdowsi was opgeschreven. Deze oerversie is overigens niet overgeleverd: het oudst bekende handschrift dateert van twee eeuwen na Ferdowsi. In het Shahnama-onderzoek wordt aan die toegevoegde verhalen, die tezamen de 'Perzische epische cyclus' worden genoemd, nauwelijks aandacht besteed. Ze worden afgedaan als 'latere' of 'andere' epen, de moeite van het bestuderen niet waard.

Perzische Hercules
Gabrielle van den Berg ziet dat anders. Aan de hand van de Perzische epische cyclus kun je juist heel mooi zien hoe de Perzische epische traditie zich ontwikkeld heeft sinds Ferdowsi en hoe men in de loop der eeuwen zijn tekst gelezen en gewaardeerd heeft. De centrale held van het epos van Ferdowsi is Rostam. Rostam is de belangrijkste vertrouweling van de Perzische koning, een soort Perzische Lancelot of Hercules. Deze Rostam was enorm populair. Van den Berg:

Gabrielle van den Berg

'Men kon maar niet genoeg krijgen van de superheld en verzon daarom allerlei voorvaderen en nakomelingen, die op hun beurt ook weer bijzondere avonturen beleefden. 'We want more', zo moeten de Perzen gedacht hebben.' Van den Berg wil niet alleen onderzoeken wat voor soort verhalen er worden toegevoegd en waarom juist déze verhalen, maar ze kijkt ook naar de verhaaltechnische aspecten van de toevoegingen. Hoe 'goed' is het verhaal ingepast? Soms is het er vrij plompverloren tussengevoegd, soms ook is het heel geraffineerd gedaan en is de 'las', de plek waar het verhaal is ingevoegd, nauwelijks zichtbaar.

Twee aio's
Behalve Van den Berg gaan er nog twee aio's aan de slag met de Perzische epische cyclus, die overigens zo genoemd wordt naar analogie van de Griekse epische cyclus: de epen die een aanvulling vormen op de Ilias en Odyssee van Homerus. De ene aio gaat zich bezighouden met de orale, de andere met de lithografische traditie. De toegevoegde verhalen zijn niet alleen opgetekend in handschriften, ze worden nog steeds mondeling voorgedragen door verhalenvertellers. Deze vertellers maken eigen versies van de klassieke verhalen en dragen deze voor bij plechtigheden, op feesten, in koffiehuizen, overal waar mensen bij elkaar komen. Dat gebeurt nog altijd, hoewel de traditie van het verhalen vertellen wel aan het uitsterven is. Maar er zijn boeken en geluidsbanden te koop van de optredens van enkele beroemde verhalenvertellers. Van den Berg: 'Door naast veldwerk gebruik te maken van dat materiaal is het onderzoek naar de orale traditie ook praktisch uitvoerbaar in vier jaar tijd. Op zoek naar verhalenvertellers door Iran en aangrenzende gebieden reizen is natuurlijk wel heel aantrekkelijk, maar niet erg efficiënt.' De aio die de lithografische traditie bestudeert gaat zich bezighouden met de overlevering in (steen)druk. Die begint in de negentiende eeuw en loopt door tot begin twintigste eeuw. In deze twee eeuwen zijn grote oplagen van de Shahnama-verhalen gemaakt; het epos is dus tot in onze tijd populair gebleven. 

Samenwerking
De afdeling Perzisch (die deel uitmaakt van het Instituut Talen en Culturen van het Midden-Oosten) mag klein zijn (2,2 medewerkers), ze is behoorlijk succesvol in het binnenhalen van subsidies. Collega dr. Ashgar Seyed-Gohrab verwierf in 2002 een Veni-subsidie voor zijn onderzoek over de relatie tussen metaforen en raadsels in de Perzische poëzie. Van den Berg werkt op dit moment samen met Seyed-Gohrab aan een woordenboek Perzisch-Nederlands / Nederlands-Perzisch.

6 september 2005/DH

 

 

     
 
   
vorige pagina top pagina